Monumentenbeschrijving Reeuwijks Verlaat, driewegsluis
naam: Reeuwijks Verlaat
adres: Burgvlietkade nabij nummer 103, Gouda
bouwjaar verlaat: 1604, bouwkundige staat: slecht
architect: onbekend
bouwtekeningen: Gouda, Groene Hart Archief, diverse archieven
Verlaat, gebouwd in 1604 in opdracht van het Goudse stadsbestuur, in de Breevaart ten noordoosten van Gouda, oorspronkelijk deel uitmakend van een dam met twee watermolens. In 1934 is een elektrisch gemaal gebouwd als vervanging van de functie van de watermolens. De sluisdeuren van het verlaat functioneren op menskracht via negentiende-eeuws aandoende, zwarte metalen bedieningsmechanismen. De huidige plaats van de zwarte metalen handlieren op de kolkmuren doet niet oorspronkelijk aan. De sluiswachter regelde het waterpeil in de sluiskolk door middel van schuiven op de sluisdeuren die met handkracht werden bediend.
De sluiskolk van het verlaat heeft ongeveer 22 meter lange, gemetselde en gedeeltelijk schuine sluismuren. De sluiskolk versmalt aan de zuidzijde. De muren zijn opgemetseld uit overwegend rode baksteen in halfsteensverband met een rollaag en zijn voorzien van diverse houten balken, metalen trappen, haalijzers en betonnen vullingen. De muur heeft een plint van mogelijk beton. Op de brede rollaag van de muur zijn meerdere witgeschilderde metalen haalpennen ingemetseld. Het metalen hek op de oostelijke muur is niet oorspronkelijk.
De zuidelijke inlaat heeft een verhoogde sluismuur en dubbele, naar buiten draaiende sluisdeuren. Het buitenfront is gedeeltelijk opgemetseld uit rode baksteen in kruisverband met rollagen en met gedeeltelijk betonnen onderdelen. Aan beide zijden zijn kassen voor de sluisdeuren in open stand. De houten sluisdeuren hebben witgeschilderde metalen verstevigingen en scharnieren en haalijzers. De westelijke sluisdeur heeft een zwart metalen bedieningsmechanisme op de walkant met een katrol. De westelijke sluisdeur is voorzien van een metalen loopbrug met hekwerk en een metalen schuif die werkt met een tandmechanisme. De draailier van de oostelijke sluisdeur ontbreekt.
De noordelijke inlaat heeft aan de westzijde een enkele sluisdeur, die in open stand naar de kolkzijde is gedraaid, evenwijdig aan de kolkmuur. Bij de kas, waar de sluisdeur invalt bij geopende stand, is een houten sluissponning. De houten sluisdeur heeft witgeschilderde metalen verstevigingen en scharnieren en haalijzers. De westelijke sluisdeur heeft een zwart metalen bedieningsmechanisme bij de sluismuur. De deur is voorzien van een metalen schuif die werkt met een tandmechanisme en lier met handbediening. De oostelijke sluisdeur is in 1972 door middel van een gemetselde muur dichtgezet, waarbij de sluisdeur is verwijderd en een inlaat richting Molenvliet in de vorm van een schuif met een zwart metalen bedieningsmechanisme is aangebracht. In de muur zijn twee stenen ingemetseld met het jaartal 1868 en 1972. Aan de oostzijde is nog het oorspronkelijke buitenfront aanwezig met onder meer de twee gemetselde sluismuren met betonnen delen. Op de kolkmuur staat een zwarte metalen draailier, die nu gebruikt wordt voor het dichtdraaien van de sluisdeur. De muren van het buitenfront zijn overwegend opgemetseld uit gele ijsselstenen, bakstenen, in kruisverband met een rollaag en mogelijk betonnen delen.
Omschrijving terreinaanleg verlaat, gemaal en molen
De terreinaanleg met hoogteverschillen, beschoeiing, padenstructuur en waterlopen hangt nauw samen met het functioneren van het verlaat, de voormalige watermolens en het huidige gemaal. De hoogteverschillen in het terrein zijn van belang. Zeer bijzonder en van belang voor het functioneren van het verlaat is de Oostlangekade aan de noordzijde dat het Molenvliet scheidt van de Breevaart en gebruikt wordt als wandelpad. Eveneens relevant is het eiland in de Breevaart, ten westen van de sluiskolk, dat als een dam functioneert en waar voorheen de sluiswachterwoning stond.
De witgeschilderde metalen hekwerken op de sluismuren zijn niet oorspronkelijk. De huidige voetgangers- en fietsbrug bij de noordinlaat van het verlaat is niet oorspronkelijk. Het metalen hek bij het gemaal uit 1934 is niet oorspronkelijk. Van belang van de voormalige Sluipwijkse molen zijn de nog oorspronkelijke gescheiden waterlopen van de Molenvliet en het kanaal aan de oostzijde van de Oostboezemkade. Van de inlaat van de Reeuwijkse molen is het restant van de noordelijke inlaat nog oorspronkelijk. De molen staat op een verhoging in het terrein met een scherpe helling rondom. Op het terrein bij de Reeuwijkse molen staan enkele zeer oude bomen, voor een deel vruchtbomen.
Onderstaand een kaartje met daarop wat bij deze bescherming in begrepen is (sluis, kolk en terreinaanleg inclusief eiland, de Oostlangekade en de waterwerken van de verdwenen molen)

Twee schetsen van het ensemble respectievelijk in 2004 en 1801
situatie 2004
Legenda situatie 2004:A: verlaat (horizontale arcering sluiskolk)
B: Reeuwijkse Molen
C: stenen bijgebouw bij molen (schuine arcering) andere gebouwen: roeivereniging
D: elektrisch gemaal (verticale arcering)
E: locatie voormalige Sluipwijkse molen (nu geheel afgebroken)
F: locatie voormalige sluiswachterwoning (schuine arcering) nu geheel afgebroken
G: waterloop naar voormalige Sluipwijkse molen.
situatie 1801